Circus Jetje

Eerder gepubliceerd als Hollands Dagboek, NRC Handelsblad, 19 maart 2005.

Woensdag 9 maart 2005 
Vroeg op wegens boekenbal-logées, katterig vanwege datzelfde bal. Niet alleen omdat het daar laat werd, maar vooral door de uitgebreide evaluatie thuis onder de hanenbalken, in pyama en met veel wijntjes. Eensgezind concluderen dat dit ons gezelligste bal ooit was – haast gemoedelijk qua sfeer. En zo verloren als eerdere jaren voelden we ons ook niet meer. Al blijft het natuurlijk wel de jaarlijkse literaire apenrots. Hoe mooier het plekje dat het CPNB je heeft toebedeeld, hoe meer aapjes staan te kijken en te bedenken dat zíj daar eigenlijk hadden moeten zitten. 
Ondertussen loop ik me tussen de rondslingerende feestkleding, lege flessen en logeerbedden warm voor de aftrap van m’n lezingentournee, vanavond in Tilburg. Tussen de bedrijven een haastig afscheid van J., die een week voor werk naar Frankrijk gaat. ‘Circus Jetje’ zoals hij mijn uithuizige activiteiten noemt, is vanaf nu een one-woman-show. 
Met het oog op filegevaar besluit ik al om vier uur weg te rijden met de onlangs speciaal voor dit doel aangeschafte auto, om precies te zijn een panda met alle veiligheidsbevorderende gadgets die de dealer maar in huis had, waaronder maar liefst zes airbags. Dat laatste omdat ik behalve een rijbewijs (gehaald in het rustige Friesland), ook in het bezit was van een diepgaande rijvrees (opgedaan in het immer hoffelijke Amsterdamse stadsverkeer). Inmiddels rij ik er nog wat onwennig, maar toch al reuze trots in rond. 
Naar Tilburg leer ik in ieder geval filerijden – het is al bijna zeven uur als ik door de dienstdoende interviewer als een (zijn woorden) ‘verdwaald vogeltje’ van een stadspleintje geplukt wordt. Vogeltje wordt gevoederd, zit om acht uur scherp op het podium, en kwettert er lustig op los. Boekenweek 2005 is nu echt begonnen. 

Donderdag 10 maart 
Dat ik vannacht heelhuids thuisgekomen ben mag een wonder heten – en dat lag geenszins aan de Tilburgers of de ontvangst in boekhandel Gianotten. ’s Avonds zo’n eind naar huis rijden blijkt toch iets anders dan een ritje maken op een mooie zondagmiddag met een man die voor je inparkeert. Vooral het vinden van een parkeerplaats rond middernacht in de oude binnenstad van Amsterdam is een ramp. Uiteindelijk draai ik ‘m met bonzend hart achteruit in op een zelfs voor een pandaatje onmogelijk smalle plek aan de Achterburgwal, angstwekkend dicht aan de waterkant. Me vastklampend aan de dakrails weet ik er uit te komen zonder zelf in de gracht te belanden, maar het duurt uren voor ik rustig genoeg ben om de slaap te vatten. 
De volgende ochtend de agenda er maar eens bij gepakt om te zien hoeveel lezingen er de afgelopen maanden nu eigenlijk precies zijn binnengedruppeld. Ietwat ongelovig tel ik er zestien – en dat op slechts twaalf dagen. Goddank hoef ik vanavond niet alleen. Als vriendin M. die middag aan komt fietsen om me te vergezellen naar een boekhandel in Rotterdam-Overschie sta ik al met het autosleuteltje te wapperen. Leren rijden doe ik voorlopig wel búiten de boekenweek. 

Vrijdag 11 maart 
Ik word met een schok wakker: ik droomde dat ik op een treinstation stond en me plots herinnerde dat ik die middag een lezing had. In paniek rende ik naar het perron, maar daar bleek de trein finaal uit de rails gereden, het hele spoor versperrend. En geen panda te bekennen. Eenmaal wakker realiseer ik me dat die lezing vanmiddag pas is, en dat ik behoorlijk in de stress begin te raken. 
Aan Overschie lag het niet – lieve boekhandelaarsters, prachtige locatie, prettig publiek . Het ligt aan mij. Ik ben gewoon niet gebouwd op het artiestenbestaan. Op het moment zelf gaat het prima en vind ik het zelfs echt leuk, maar na afloop ben ik een leeg ballonnetje. En dat late thuiskomen en onregelmatige eten is een ramp voor zo’n doorgewinterde huismus als ik. Maar the show must go on en dus manoeuvreer ik de panda rond het middaguur door weer en wind naar Leiden. Naast me uitgever V., die geen rijbewijs heeft en bovendien liever boeken leest dan kaarten. Ik dank de hemel voor mijn navigatiesysteem, door J. voorzien van een warme Belgische damesstem en sindsdien Germaine gedoopt. 
In boekhandel Van Stockum legt een aimabele historicus mijn Sonny Boy onder de wetenschappelijke loep. Ik vang iets op over ‘problematiseren’. Ik had, begrijp ik, iets moeten problematiseren of juist niet? Vervolgens race ik terug naar Amsterdam, alwaar literair agent P. en diens vriend annex chauffeur W-J me opwachten om door te rijden naar een boekhandel in Almere. De ruimte tussen de boekenkasten blijkt klein, het publiek groot en de geluidsinstallatie afwezig - wat betekent dat, wil iemand er nog wat van meekrijgen, ik niet alleen de hele avond moet staan maar ook hard moet praten. Een opgave, want sinds ik in het showcircuit werkzaam ben, ben ik er achter gekomen dat mijn stem niet ver draagt, zoals dat in vaktermen heet. Maar ze zitten me weer allemaal zó verwachtingsvol en stralend aan te kijken, dat ik de benodigde energie toch maar verzamel, al moet het onderhand uit mijn tenen komen. 
Uitgeput en vooral uitgehongerd eindig ik laat die avond in een chinees wegrestaurant, waar P. zijn charmes in de strijd gooit om de kok zo ver te krijgen me ondanks het late uur weer op verhaal te brengen met kippensoepjes. Tegen middernacht rol ik in bed, maar na een paar uur schrik ik wakker. O god - ik heb Germaine in de auto laten zitten … Dat betekent in deze buurt gegarandeerd autobraak. Uiteindelijk vind ik haar onder in mijn tas. Ze staat nog steeds aan, en als ik haar vastpak zegt ze: ‘Over vijftig meter rechtsaf.’ 

Zaterdag 12 maart 
Dipdag. Mis man, mis mijn eigen rust en regelmaat. Zie scheel van alle complimenten en wit van slaapgebrek, en zit de hele dag te sippen op de bank. Zo rustig en overzichtelijk als mijn gewone leven is, zo verwarrend, kleurig, druk en intensief is het nu. De aandacht is nog een stuk heftiger dan bij Anna, en bovendien kon ik me toen lekker verschuilen achter Annie M.G.Schmidt. Nu lijkt het wel alsof mijn huid na elk optreden dunner wordt. En dan word je ook nog eens bepoteld en besnuffeld door de media … ‘De verleiding van Annejet’ kopt een krant naar aanleiding van een optreden. Welja. 
En ondertussen gaat de hele wereld er van uit dat ik loop te huppelen van plezier omdat het allemaal zo goed gaat. ‘Iedere lezeres wil jou zijn’ mailt een vriend naar aanleiding van een reportage in een vrouwenblad. Maar ik wil mezelf vandaag helemaal niet zijn, en voel me dus nog ondankbaar bovendien. Buiten is het koud en naar, en vanavond moeten we naar de Leesnacht in Den Haag. Gelukkig gaat uitgeefster a.i. J. mee, mét rijbewijs. 

Zondag 13 maart 
Vandaag, hoera, is een lummeldagje. Ik verzoen me weer een beetje met mijn bestaan – de Leesnacht was tenslotte toch wel heel leuk om mee te maken. Ik had een perfecte interviewer en was daar niet de enige en zeker niet de grootste attractie, dus kon heel ontspannen rondlopen. In m’n oudste kloffie naar de sportschool, boodschappen gehaald, post gedaan. ‘s Avonds bij buurvrouw M. voor de televisie gehangen. Vroeg naar bed, voor het eerst in tijden weer eens lekker doorgeslapen. 

Maandag 14 maart 
De nieuwe week hakt er meteen flink in, met achter elkaar een literaire lunch in Ulvenhout, High Tea in de Bredaase bibliotheek, diner bij de Rotary en literaire avond in de bibliotheek van Oosterhout. En ik maar babbelen, babbelen, babbelen …. Marketingbaas P. van de uitgeverij scheurt de panda rond alsof het haar eigen bolide is en de immer enthousiaste boekhandelaar R. van Van Kemenade & Hollaers, tevens aanstichter van dit alles, sleept me met verve door alle optredens heen. Moe en met een lam signeerpootje, stommel ik laat die avond de trappen naar mijn huis weer op, mijn armen vol bloemen en bonbons. 
De mooiste bloemen kwamen van een 85-jarige man die het woord nam tijdens de lunch. Hij had zelf in allerlei kampen gezeten en zijn leven lang nooit een boek over de oorlog willen lezen. Maar aan Sonny Boy was hij toch begonnen. En beter nog, hij had het uit kunnen en willen lezen. Terwijl hij sprak kroop ik bijna onder tafel van verlegenheid, maar het maakte mijn dag, misschien wel de hele week. 

Dinsdag 15 maart 
Het voordeel van zo’n marathon is wel dat één optreden per dag opeens een makkie lijkt. Vanavond naar Medemblik, wat betekent dat ik overdag tijd heb om huis op te ruimen, bloemen in het water te zetten, de wasmachine te laten draaien. En buiten lonkt de lente – op het dakterras zijn opeens krokussen en blauwe druifjes verschenen. 

Woensdag 16 maart 
Voor een kleine plattelandsbibliotheek had Medemblik een mooie opkomst, die bovendien iets bijzonders meemaakte, want ik werd vergezeld door S., schoondochter van Sonny Boy. Niet in het minst gehinderd door de plankenkoorts die mij nog wel eens parten speelt, vertelde ze hoe het was als je familie tot onderwerp van een boek gemaakt werd. Het publiek hing aan haar lippen, en ik ook – al was het maar omdat mijn eigen stem ernstige slijtageverschijnselen begint te vertonen. En om het feest compleet te maken hadden de parkeergoden een plekje pal voor mijn huis voor me vrijgehouden. 
Vandaag is de lente definitief doorgebroken, en mijn goede humeur ook. De rozemarijn bloeit, man is weer terug en vanavond sta ik in Badhoevedorp, wat betekent dat ik gewoon thuis kan koken en eten. En van de berichten van het verkoopfront word ik toch ook wel heel blij: de uitgeverij meldt dat precies vier maanden na verschijnen de 50.000ste Sonny Boy de toonbank over is gegaan. Wie had ooit kunnen denken dat dit kleine verhaal zó’n hit zou kunnen worden? 

Donderdag 17 maart 
De Badhoevedorpse bibliotheek deed niets om het feestje te verstoren, en Boekhandel Bouman liet de wijnkurken in De Bilt vrolijk ploppen. Heel fijn, ook voor de lezinggevende, want het is toch allemaal net wat specialer met een glaasje wijn in mooi licht dan met een plastic bekertje onder de kale neonlampen. De voor mij mooiste reactie kwam van een bezoekster die werkte in een Rotterdamse gevangenis en vertelde dat Sonny Boy daar door Surinaamse gedetineerden gretig wordt gelezen. 
Ik heb inmiddels wel in de gaten dat artiestengeluk voor een groot deel schuilt in de begeleiding: deze avond proppen de agent en twee van zijn boomlange medewerkers zich weer in de panda om te waarborgen dat mijn toch nog prille schrijversbestaan niet voortijdig sneeft tegen een vangrail. Nog twee dagen, nog vier optredens en dan is Boekenweek 2005 zelf geschiedenis en kan Circus Jetje haar tenten – voor zolang als het duurt- weer inpakken. En dan toch maar eens leren inparkeren.