Annejet over Sonny Boy

Je hoorde dit verhaal jaren voor je boeken ging schrijven. Sprak het je meteen aan?
Ja. De vriendin die het me vertelde – Sonny Boy was haar schoonvader – beweert zelfs tot op de dag van vandaag dat ik meteen zei: daar zit een boek in. Dat herinner ik me niet, maar ik weet wel dat het verhaal van dit Surinaams-Nederlandse koppel me nooit meer echt heeft losgelaten. Ik dacht: wat bijzonder dat mensen die zelf door hun liefde de paria’s van hun sociale omgeving waren geworden, het toch nog konden opbrengen om anderen te helpen. In die tijd was ik misdaadverslaggeefster en hield me altijd bezig met de vraag: waarom doet iemand iets slechts? Dit verhaal ging voor mij meteen over de vraag: waarom doet iemand iets goeds? Wat maakt iemand tot een held?

Je hoofdpersonen zijn in 1944 opgepakt en nooit meer teruggekomen. Maakte dat het niet lastig om nog iets over ze te vinden?
Ja inderdaad, maar tegelijkertijd was dat ook een extra reden om het toch te proberen. Hun zoontje, Waldy ‘Sonny Boy’, was veertien toen hij zijn ouders voor het laatst zag. Alleen voor hem al wilde ik graag uitzoeken wat er met ze was gebeurd. 
Overigens heb ik in het begin wel gespeeld met de gedachte om er een historische roman van te maken. Maar toen vond Waldy de brieven die zijn ouders hem uit de concentratiekampen hadden geschreven en die waren zo ontroerend, zo echt dat ik dacht: daar moet ik niet tegen aan gaan zitten verzinnen. Dus ik heb het gedaan met de gegevens die ik kon vinden, en dat bleek toch nog verrassend veel te zijn.

Gebruik je altijd alles wat je vindt?
Welnee. Wat er daadwerkelijk in een boek belandt, is maar het topje van de ijsberg van de research die ik gedaan heb. Ik wil het verhaal niet alleen uitzoeken, maar ook zo meeslepend en effectief mogelijk vertellen en dat betekent heel veel schrappen, hoe pijnlijk dat soms ook is. Zo had ik veel tijd en aandacht besteed aan het uitzoeken van de Surinaamse plantagegeschiedenis van Waldemars familie. Maar binnen het boek werkte dat niet en dus heb ik dat bloedend hart er weer uitgehaald. Tot mijn plezier is dat gedeelte later nog wel als apart boekje verschenen, en ook enkele keren opgenomen in speciale edities van het hoofdboek.

Had je enig idee dat dit verhaal zo zou aanslaan?
Nee. Niemand trouwens. Zelfs Waldy’s vrouw maakte zich zorgen of er wel lezers voor te vinden zouden zijn. En op de ochtend van de presentatie zei ik nog tegen de desbetreffende vriendin: ach, het is in ieder geval leuk voor jouw kinderen. Maar al snel bleek dit verhaal niet alleen op mij een onverklaarbare aantrekkingskracht uit te oefenen. Voor Waldy was dat geweldig; hij kreeg, zoals hij zei, met dit boek zijn ouders weer terug. En voor mij ook; het bracht mij een vooruitzicht op een leven waarin ik zou kunnen blijven schrijven.

En toen dacht je: kom, nu waag ik me maar eens aan een van bekendste en meest roemruchte figuren van de 20ste eeuw? 

Zoiets. Voor de buitenwereld bleek mijn nieuwe hoofdpersoon bepaald geen voor de hand liggende keuze, maar voor mij was hij dat wel. Want hoe uiteenlopend de onderwerpen van mijn boeken ook zijn, de rode draad erin is altijd de manier waarop de lotgevallen van de ‘kleine’ mens zich verhouden tot de ‘grote’ geschiedenis erom heen. En dat is ook het centrale thema in mijn volgende boek, Bernhard.