Mara Nabarro schrijft:
Mara Nabarro stuitte in Sonny Boy tot haar verbazing op de naam van haar grootvader Leopold Nabarro, een onderduiker die daags na de inval in het huis van de familie Nods in de val liep. Nog diezelfde maand werd hij naar Auschwitz vervoerd, waar hij is omgebracht. Zijn kleindochter schreef: ‘Mijn ouders hebben mijn broers en mij zo min mogelijk over die tijd en over onze grootouders verteld. Maar eigenlijk ben ik al heel mijn leven op zoek naar een spoor van mijn beide grootouders Nabarro en wie zij waren’. Over haar oma, Sophia Nabarro Huisman, weet ze dat die weigerde onder te duiken. ‘Op een dag was ze op een bankje in het Vondelpark gaan zitten met de ster op haar jas'. Zij werd omgebracht in Sobibor. Leopold Nabarro, een handelsreiziger in ijzerwaren, dook wel onder. Zijn laatste onderduikadres was de Cliostraat in Amsterdam. Vandaar bracht een lid van de groep Chardon hem naar de Pijnboomstraat, waar hij, zo bleek, regelrecht in de armen liep van de beruchte Haagse jodenjagers.

Leopold Nabarro
Marjan Verhagen Habold schrijft:
Marjan Verhagen Habold herkende de naam van Dobbe Franken, de enige overlevende van de onderduikers aan de Pijnboomstraat. ‘Zij en haar verloofde Herman Franken waren ondergedoken bij ons op de nieuwe Herengracht 135 in Amsterdam. Ik was 8 of 9 jaar en adoreerde Dobbe vanwege haar mooie rode krullenbol.’ Volgens mevrouw Verhagen is Dobbe bij hen thuis al eens gearresteerd, maar werd haar moeder met rust gelaten omdat ze dankzij Dobbe’s arische uiterlijk kon volhouden dat ze niet wist dat deze joods was.
Kees Wijdekop schrijft:
Naar aanleiding van Annejets artikel over de scheepsramp met de Cap Arcona schrijft Kees Wijdekop dat in het Sternbuch Zeitgeschichte: "Angriffsziel Cap Arcona" van Günther Schwarzberg een aantal Britse piloten aan het woord komen die meededen aan het bombardement dat ruim zevenduizend mensen fataal werd.
Mattanja Tanis schrijft:
De 17-jarige Mattanja Tanis uit Delft schrijft onlangs een opdracht over Sonny Boy gemaakt te hebben. 'Ik vond het echt een prachtig boek. Voor Nederlands heb ik er toen een opdracht over gemaakt, waarbij we bijvoorbeeld het begin en einde moesten ‘’ontleden’’ en met elkaar moesten vergelijken. Eerst wist ik niet wat ik aanmoest met de eerste zin: ‘Waldemar was een zwemmer’. Naarmate ik aan de slag ging met mijn opdracht, kwam ik erachter dat deze zin eigenlijk heel veel zegt over het boek, en het belangrijkste motief: water. Ik heb wel vijf A4-tjes getypt over uw boek en het eerste en laatste hoofdstuk. Toen ik mijn opdracht terugkreeg prees mijn lerares me dan ook over het ingeleverde werk, ik had een 9!'
Peter Kuijpers schrijft:
Peter Kuijpers schrijft dat Sonny Boy hem zeer ontroerd heeft: ‘Sonny Boy is een subliem document over de lotgevallen van de familie Nods, over de verhouding tussen Nederland en Suriname, over de houding van vele Nederlanders tegenover de bezetter en natuurlijk over de vreselijke concentratiekampen.'
Theo Geurst schrijft:
'Juist de laatste bladzijde omgeslagen van het boek Sonny Boy. Als 80-plusser, die de oorlog in Den Haag heeft meegemaakt, ben ik onder de indruk van deze geschiedenis. Hiermee wil ik mijn respect betuigen voor de manier waarop Annejet van der Zijl dit boek heeft geschreven en haar doorzettingsvermogen tijdens haar zoektochten door vele documenten en langs diverse getuigen. Hulde!'
Koos Schipper schrijft:
Koos Schipper zocht naar aanleiding van het boek voor de stichting Oud-Hoogkarspel Bep Ooteman op, dochter van de familie waar Waldy in het laatste oorlogsjaar werd ondergebracht. Zij vertelde hem: ‘In de hongerwinter van 1944-1945 kwamen er ondervoede kinderen uit de stad naar Hoogkarspel. Zo kregen wij een jongen uit Scheveningen in huis. Zijn vriend Waldy was ergens anders ondergebracht in het dorp. Het liep daar niet zo lekker en toen vroeg hij of Waldy bij ons mocht komen wonen. We hadden ook twee onderduikers, maar moeder zei: ‘Er kan er nog wel eentje bij’.
Bij ons thuis was er voldoende te eten. Mijn broer Klaas had namelijk een tuindersbedrijf. Ik weet nog goed dat de mensen in de buurt Waldy een vreemde jongen vonden. Natuurlijk kwam dat door zijn donkere huid, maar ook omdat hij gewoon anders was dan de kinderen uit het dorp. Hij was veel drukker. Waldy was nog maar vijftien jaar maar qua ontwikkeling was hij duidelijk verder. Het klikte heel goed tussen ons. Met Waldy kreeg ik er een broer bij die in mijn wereld paste. Dat gold ook voor hem. Hij zei meermalen tegen mij: “Bep, jij bent mijn zus.” Ik heb vorig jaar van Waldy het boek Sonny Boy kado gekregen. Er staat geschreven:
4 oktober 2006
Lieve Bep en Piet,
Sinds 1944-1945 zijn jullie mijn onvergetelijke familieleden.
Dit boek vertelt het begin van alles!
Waldy ‘Sonny Boy’ Nods
Simone Ruitenberg schrijft:
Simone Ruitenberg te Werkhoven las Sonny Boy en Anna en voelde zich door de boeken meegenomen naar de wereld van de personages: ‘Voor even ben ik helemaal in een andere tijd en intieme getuige van het leven van de hoofdpersonen. Mijn vader is van de leeftijd van Sonny Boy en leefde in dezelfde tijd in Scheveningen. Met hem bezocht ik het huis aan de Zeekant en kon ineens iets meevoelen van mijn vaders leven in die jaren. Ik begreep waarom mijn vader toen zo van Scheveningen hield en het nu zo verpest vindt. Bedankt daarvoor. Het is heerlijk om zo te kunnen lezen!’
Annejet Lont schrijft:
Annejet Lont (14) las Sonny Boy en schreef aan Annejet: 'Mijn vriendin Jolinne, die ook 14 is, en ik hebben aankomende maandag onze boekbespreking. We hebben er veel zin in. [...] We vonden uw boek echt supermooi om te lezen. Apart en zo anders dan al die snelle doorlezers die we normaal lezen. We moeten veel dingen uit uw boek halen, zoals spanningsopbouw, wat nog best ingewikkeld is. Het enige wat wij konden vinden was de hoop. De brieven die Rika en Waldemar naar het thuisfront schrijven, zitten vol hoop dat ze over een maand wel vrij zullen zijn. Deze brieven zijn bijvoorbeeld geschreven in februari 1944, wij weten dat de oorlog nog bijna anderhalf jaar zou duren. Ook moesten wij motieven zoeken, we hebben onder andere het motief water gevonden, dat komt zo vaak terug. Nou, wij zijn super benieuwd naar de verfilming! Succes en we mailen ons cijfer nog wel even!’ Een week later mailde deze Annejet dat zij en haar vriendin een 8.3 hebben gekregen voor hun boekbespreking.
Cynthia Kenswil-Johanns schrijft:
‘Ik ben een Surinaamse vrouw, 62 jaar oud en woon in Suriname. Ik heb mij zo vaak voorgenomen om je mijn oprechte complimenten over te brengen voor je prachtig boekSonny Boy. Ik […] heb het al drie keer gelezen en vaak haal ik het weer tevoorschijn om stukjes te herlezen. Het verhaal heeft mij ontzettend aangegrepen en ik voel het verdriet dat de kleine Waldy heeft gehad. Ik vind het prachtig dat Waldy is gezegend met kinderen en kleinkinderen, zoals ik op internet heb kunnen lezen. Ik heb ook ontdekt dat er een feestuitgave komt met meer foto's en nieuwtjes. Vanzelfsprekend ben ik er weer snel bij voor een exemplaar.’